8 De vleespotten van Egypte

 

Sedert ik Claudine ken heb ik een nieuwe leuze: "In ieder geval kan ik er niet zwanger van worden." Ik heb geleerd dat nooit iets zo erg is als het lijkt. Dingen die me vroeger dwars zaten, kunnen me nu veel minder schelen. Dat de auto niet wil starten, rode wijn die gemorst wordt op ons lichtgekleurde tapijt, de wasmachine die de garage onder water zet, onze hond die afgemaakt moest worden omdat hij volgens onze buurman te luid blafte, diezelfde lieve buurman die mij met zijn geplons in zijn illegaal aangelegde zwembad het hele weekend belet om te slapen, het doet me allemaal weinig of niets. Ik bedoel: dat zijn geen redenen om op de kast te gaan zitten. Ik ken mijn eigen beperkingen nu beter en ik voel me positiever en zelfzekerder. Al ligt er voor alle zekerheid een baseballbat naast mijn bed om een eventuele argeloze inbreker de hersens mee in te slaan. Ik neem niet langer iets voor vanzelfsprekend aan. Ik waardeer de eenvoudige dingen in het leven. Dat is mijn credo. Dat en Claudine, natuurlijk. Toen Maureen haar biezen pakte, deed ze dat wel erg grondig. Daar sta je dan als nieuwbakken éénpersoonsgezin. Wat doe je met de was? Naar de wasserij natuurlijk. Na een paar weken was ik dus een bekend gezicht voor de kletsende buurvouwen. Onder aanvoering van Claudine, die ook al een paar maand gescheiden was, gaven ze vrolijk commentaar telkens ik met de boodschappen of de wasmand voorbijslofte. Na een tijdje werkte dat serieus op m'n zenuwen en besloot ik hen daarover aan te spreken. Luchtigjes natuurlijk, zoals het een evenwichtige, ervaren, zelfstandige man betaamt. Claudine en co stonden te tateren op het hoekje. Ik stapte er kordaat op af, terwijl ik me krampachtig vastklampte aan mijn overvolle wasmand. Nicole, de buurvrouw van nummer 32, zag mij het eerst. "Ja, moet het ventje alweer gaan wassen?" Claudine en de anderen proestten het uit. Dat was de gedroomde kans om een paar van mijn ingestudeerde one-liners te lanceren. "In plaats van te lachen, weet je wat je doet kind, je zou mij beter een beetje meehelpen." Nicole vond dat blijkbaar een zeer goed idee. Ze is dan ook altijd al een geslepen koppelaarster geweest. "Oh ja, natuurlijk, komaan Claudine, vraag André maar eens binnen en klap er eens over." Claudine keek me perplex aan. "Allé jong, kom binnen,we zullen er ne keer over klappen." Ik was niet zo happig. "Jamaar, als ik binnenkom is het om mijne was te doen, anders zie je mij niet." Op die manier leerden we elkaar beter kennen, terwijl zij die dag mijn was deed. Het was een maandag. Toen ze de was klaar had, bleef ik rond haar stoeipoesje ronddraaien als een kat om de hete brij… Wat zeg ik nu allemaal? "Mag ik vanavond eens terugkomen… we zijn alletwee toch alleen?" "André wat wil je? Samen een relatie beginnen of zomaar dwaasweg een afspraakje maken of zo?" Waar had ik die "of zo" nog gehoord? "Claudine, ik kan er niet tegen om zo helemaal alleen te zijn. Ik kan er niets aan doen. Thuis zit ik naar de muur te kijken. Daarom dacht ik dat jij en ik…" ""Jamaar, dat gaat zomaar niet… Weet je wat, ik zal vanmiddag een lijst met vragen opstellen en als je antwoorden voor mij positief zijn, dan zie ik dat misschien wel zitten." Ik vertrok… "O! Pardon, daar was ik bijna mijn was vergeten, hé, hé, hé." 's Avonds om negen uur belde ik proper gewassen opnieuw bij haar aan… Na een vriendschappelijk praatje over alles en niets om het ijs te breken, kwam ze plots ter zake. "Ik heb mijn lijstje gemaakt, zullen we… ?" Je ziet van hier Philippe, ik ben genen achterlijken. Ik heb daar op al haar vragen een subliem positief antwoord gegeven en daarmee was het nog die avond beklonken. Wat?… Neenee! Als ze willen lezen hoe dat dan ging dan moeten ze maar één van uw vorige boeken lezen! Daar staan voldoende sekspassages in. Literair beschreven natuurlijk. Maar toch! Vanaf die avond woonden we zo een beetje half en half bij elkaar in de Guido Gezellestraat in Ledeberg. Ik in mijn huis nummer 34 en zij in nummer 24. Na een paar weken vond ik dat dat over en weer geslaap belachelijk was. "Claudineke, wat zou je ervan denken om bij mij in te trekken. Ik woon in mijn eigendom dus die 6000 frank huishuur van u kunnen we al onmiddellijk sparen." We woonden daar nog geen twee jaar. Daarna verhuisden we naar onze nieuwbouw in Eke. Een zeer mooie woning, maar af en toe missen we toch wel de sfeer en het karakter van de Ledebergse achterbuurten waar de kleurrijkste figuren de revue passeerden. Mijn overbuur Rudi bijvoorbeeld. Toen die in ons straatje kwam wonen, was er alle dagen kermis. Rudi was een dokwerker die jarenlang café "De Verenigde Krachtmeters" aan de Brugse Poort openhield. Bodybuilders, powerlifters, stoere jongens,… hij kende ze allemaal. Zijn eerste dagen in onze straat waren memorabel. Zondagmorgen. Ik open de voordeur en ik zie rechtover een man op de dorpel zitten. "Hallo." "Goeiemorgen." "Ik ben de nieuwe buurman. Ik zit op mijn vrouw te wachten. Ze is naar de markt en ze heeft mijn sleutels mee. Ze zal alle minuten wel thuiskomen." Ik vond hem wel sympathiek en daarom hield ik hem gezelschap en maakten we een praatje. Het wachten op vrouwlief bleef duren. Ik had nog wel wat anders te doen, dus liet ik hem geparkeerd op de stoep achter. Na twee uur zat hij daar nog. "En maat? Nog altijd niets?" "Nee! Ze is nog altijd naar de markt!" Ik weet wel dat Ledeberg-markt groot is, maar zo groot toch ook weer niet. Vooral niet omdat Rudi in de late namiddag nog met zijn vingers stond te draaien voor zijn voordeur. "Ik weet niet wat jij ervan denkt, maar volgens mij is er iets aan de hand!" "Ik denk het ook. Ik zal haar moeten gaan zoeken." 's Nachts weerklonk er kabaal in de straat. Het was Rudi. Bloednijdig sleurde hij zijn straalbezopen vrouw aan haar haar door de straat. Er ontstond een -letterlijk- slaande ruzie aan hun voordeur. Ze schopte, beet en krabde hem waar ze maar kon. Rudi liet zich ook niet onbetuigd en beukte haar een paar keer met haar hoofd tegen hun rolluik, zodat ze nog luider begon te krijsen. In een mum van tijd ontstond er een ware volkstoeloop in ons straatje. Een aantal buren lieten koffie en koeken aanrukken en de hele buurt supporterde mee. Uiteindelijk opende Rudi met zijn heroverde sleutel, zijn voordeur en mepte hij zijn eega naar binnen. De voordeur viel met een daverende klap in het slot. Toen het licht in hun slaapkamer aanfloepte, ging er een golf van teleurgesteld gemompel door de toegestroomde menigte. "Ze zitten boven." "De voorstelling is afgelopen." "Iemand nog een koekske?" "De koffie is op." "Goeienavond." "Slaapwel!" Even later, toen ik de gordijnen dichttrok op onze slaapkamer, zag ik in de slaapkamer aan de overzijde van de straat, onze twee filmsterren verder ruzie maken. Natuurlijk -hoe zou je zelf zijn- bleef ik, verborgen in de schaduw van onze slaapkamer, staan kijken. De discussie bereikte een hoogtepunt toen ze het raam opentrok en moedwillig door het venster naar beneden dook. Rudi kon nog net haar hand grijpen. Daar bengelde ze dan. Ondanks alles, een komisch zicht. Drie meter hoog. Hij probeerde ze naar binnen te trekken en zij duwde zich af en kronkelde om toch maar naar beneden te vallen. Het was duidelijk dat Rudi het niet alleen kon bolwerken. Hij kon ze niet meer houden en brulde de straat uit haar bed. Hun Turkse buurman spurtte, in zijn knalgele onderbroekje, de straat op. Hulpeloos opende ook ik ons raam. "Gij vallen! Ik, opvangen!" "Rap! Ik kan die verdomde teef niet meer houden!!" "Blijf van mijn lijf, gij smeerlap! Help! Hij wil mij vermoorden! Klootzak! Laat mij los!!! Aaaaaah!!" Met een smak donderde ze bovenop Mohammed. Zijzelf had niets, maar de hulpvaardige moslim bleef kreunend liggen. Terwijl een uitzinnig briesende Rudi de vrouw van zijn vervlogen dromen, woedend achterna zette, bliezen de buurtbewoners weer verzamelen voor mijn voordeur. "Waar is't nu weer koers?" "Iemand een koffie of een koekje?" "Ze is door het raam gesprongen!" "Neenee, hij heeft ze erdoor gesmeten! Hij heeft ze willen vermoorden. Ik heb het zelf gezien!" Ook Mohammed deelde deze keer in de belangstelling. "Vrouw zot! Ik mij nooit meer mee bemoeien!" "Schoon onderbroekje! Mohammed! Uit de Wibra?!" Intussen spurtte het koppel van 't jaar het blokje rond. Na een paar rondjes bleven ze weg. Enkele ondernemende stoutmoedigen onder ons trokken op onderzoek uit. Enkele tellen later kwamen ze lachend en joelend terug. " 't Is in orde!" "Ze hebben het bijgelegd!" "Ze staan hier achter het hoekje te vrijen." Einde goed, alles goed. Met een tevreden gevoel doken we allemaal in ons bed, want ruzie of geen ruzie, de volgende morgen moesten we allemaal weer naar de "traviata". 's Anderendaags, ik kwam net thuis van mijn werk, zat Rudi alweer aan de voordeur. "En?" "Mijn vrouw is weer weg. Ze is om boodschappen." " 't Is niet waar, hé!" "Toch wel!" Helaas voor hem. Het was niet waar. Een paar uur later stond de politie aan zijn deur. Zonder veel plichtplegingen werd hij opgebracht voor verhoor. Na een uurtje werd er aangebeld. "Rudi?" "Ja! Ik zit in slechte papieren, jong! Mijn vrouw heeft klacht tegen mij ingediend dat ik haar heb willen vermoorden. Het schijnt dat een aantal buren dat ook verklaard hebben en dienen dommen Turk van nevenst mijn deure, wil zijne mond niet opendoen tegen de politie. Het is mijn woord tegen het hare. Ik ben d'r aan." Eerst zweeg ik nog even om hem een beetje te laten sudderen in zijn vet, maar dan vertelde ik hem dat ik vanuit mijn slaapkamer alles gezien had en dat ik hem zeker kon vrijpleiten. Toen ik mijn verklaring bij de politie had afgelegd, trok zijn vrouw haar klacht in. Zo werden Rudi en ik échte vrienden voor het leven. Met zijn vrouw kwam het echter nooit meer goed. Toen ze thuiskwam stonden al haar bezittingen, in vuilniszakken gepropt, aan de voordeur. Ze kon voor zijn part, definitief oprotten. Zonder slag of stoot verliep dat natuurlijk niet. De ambiance in ons straatje steeg ten top, vooral de daaropvolgende nacht. Om 3h44 stopte een Citroën met bruuske remmen in de straat. Ik hoorde een zware klap, glasgerinkel, lachende stemmen. Door het raam zag ik nog net de zwarte wagen wegscheuren. Aan Rudi's voordeur hing een grote rol behangpapier met daarop de woorden: "WE ZULLEN JE WEL VINDEN KLOOTZAK" De kasseisteen die dwars door het plastiek rolluik het raam versplinterd had, sprak in dat opzicht boekdelen. Rudi hield zich 'kloek'. Hij was duidelijk van geen kleintje vervaard. Wat dat betreft, van geen grootje ook.De hele week deed hij zijn behoefte op een nachtemmer. Deze goed gemixte verdedigingsspecie stond dampend en walmend klaar in de slaapkamer. Toen kreeg hij het telefoontje. "Zeide thuis vanavond? We komen!" Rudi belde, een beetje bleek om de neus, aan om ons te verwittigen. De politie hield hij er liever buiten. Trots toonde hij mij zijn verdedigingssysteem. En effectief!… Om 11 uur 's avonds draaide de zwarte Citroën, met veel lawaai, de straat in. Vier kleerkasten stapten uit. Zonder veel omhaal rammeiden ze de voordeur uit haar hengsels en sloopten ze het neergelaten rolluik. "Kom ventje! Kom eens naar buiten als ge durft!" De hele buurt, die wist wat er komen ging, stond aan de slaapkamerramen gekluisterd. Toen de collectie kleerkasten in de uitverkoop aanstalten maakte om het huis binnen te dringen, trok Rudi zijn slaapkamerraam open. Doodkalm leunde hij naar buiten. "Wel vriendjes? Wat scheelt er??" Rolluikbrokken floten hem om de oren. Glimlachend kieperde Rudi de strontton over hun hoofden. "Eik!!… Stront!!!" Een verschrikkelijke stank verspreidde zich in de straat. Bij de zware jongens brak zware paniek uit. Het was dan ook een ongelooflijk gezicht. Het hele voetpad, de gangsters en hun auto zaten onder de bruine smurrie. Vloekend en tierend, razend om hun nederlaag, bliezen ze de aftocht. De volgende morgen stond Rudi fluitend de straat te schuren.Pas dagen later vernamen we dat een zwarte Citroën DS die nacht verongelukt was op de autostrade en in brand gevlogen was. De vier inzittenden werden levend geroosterd. Pas op, met Claudine is het leven ook niet altijd simpel. Sedert ze een paar gelijkgezinde vriendinnen heeft leren kennen op haar werk, word ik soms met de meest onmogelijke zaken geconfronteerd. De ene maand volgt ze een cursus astrologie. De maand daarop laat ze haar toekomst voorspellen door een kruidenheks en de maand daarna sleurt ze mij mee naar een danscursus. De quickstep, de discoswing en de jive, het vuur, het licht en het aardeteken en de spectrale aura's zijn mij even bekend. Geef toe, bij jou thuis is het niet veel beter. Weet ge nog, ons bezoekje aan die kleurenconsulente? Uw gezicht sprak boekdelen. Enfin, al bij al moet ik zeggen dat ik een verrassend leven heb. Ik leer steeds nieuwe dingen kennen, ook al ben daar in het begin soms niet enthousiast over. Merci, Claudine.

 

 

U vindt het leuk? De moeite waard? De auteur heeft nog een beperkte voorraad. U kunt het boek bestellen door 400,- over te schrijven op het rek.nr.: 879 30 09 603 52 met de vermelding "roman André en de glassplinters". voor P. De Bruycker. Melderenstraat 2 9850 Merendree. Of door een e-mail te sturen naar philippedebruycker@hotmail.com

U vindt het leuk? De moeite waard? De auteur heeft nog een beperkte voorraad. U kunt het boek bestellen door 400,- over te schrijven op het rek.nr.: 879 30 09 603 52 met de vermelding "roman André en de glassplinters". voor P. De Bruycker. Melderenstraat 2 9850 Merendree. Of door een e-mail te sturen naar philippedebruycker@hotmail.com