Hoofdstuk 1

Vroeger was het konsekwent, nu moet het consequent zijn. In ieder geval hecht ik niet al te veel waarde aan consequentie tenzij het echte consequentie is. Heel dikwijls is consequentie geen échte consequentie; het draagt alleen een laagje vernis van schijn. En het kopen van iets dat niets bevat, alleen om de uiterlijke schijn, dat is pas ten prooi vallen aan dwaze consequentie.² ²Ralph Waldo Emerson: "Een dwaze consequentie is de kwade geest van het kleine verstand, aanbeden door staatslieden, filosofen en erepriesters" 1841. Maar laten we niet in abstracties en generaliseringen spreken, laten we ons tot duidelijke voorbeelden bepalen. Ik ben tamelijk bekend als schrijver van koldertoneelstukken en in die nonsensicale verhalen, net als in wat volgt, gebeuren de meest fantastische absurditeiten. Zo komt een van mijn personages in dit boek als het ware 'al ploegend' , al is dit zeer oneerbiedig uitgedrukt, aan haar einde. In het échte leven weiger ik categoriek mij als boer te laten bestempelen. Dat lijkt inconsequent, nietwaar? En wat dan nog? Waarom zou ik de daden van mijn personages die ik verzin, in het werkelijke leven nabootsen? Akkoord, tal van personages dragen de naam van jeugd- en andere vrienden. Wie mijn verzinsels echter met de werkelijkheid verbindt, mijn fantasie met mijn daden, mijn balpen met Oost-Vlaamse parallelploegen per tweespan, dringt aan op dwaze consequentie en dank u, maar ik voel me niet verplicht. Als ik besluit om landbouwer te worden, zal ik daar goede redenen voor hebben. Het feit dat ik dit boek schrijf, is geen goede reden. Als volleerd, enfin, rationalist verzet ik me zeer beslist tegen de halfzachtheid van de wereld. Eén ding waar ik absoluut van overtuigd ben, is dat een geloof alleen maar dom hoeft te zijn om de verering tot zich te trekken van die miljoenen van wie de hersenen op het zelfde peil staan als dat geloof. Natuurlijk, zodra de bewijzen me er toe dwingen, ben ik bereid om bijvoorbeeld zelfs te geloven dat UFO's buitenaardse ruimteschepen zijn. Maar tot nader order doe ik dat dus niet en ditzelfde ongeloof geldt ook voor de rampen van Velikorsky, de oude astronauten van Von Däniken, het ombuigen van de lepels van Geller, alle mogelijke bovennatuurlijke krachten, contacten met planeten, krachten van piramiden, ... en ook voor de verder in het verleden liggende opvattingen over geesten, spoken, feeën, engelen, duivels, weerwolven, astrologie, zwarte kunst, hekserij en alle denkbare en ondenkbare vormen van tovenarij. Is dat niet consequent van mij? Nou en of ! En een rationalist als ik zou toch zeker ook de pest moeten hebben aan de vage fantasieën over vervloekingen en voodoo, telepathie en voorspellende dromen, het tweede gezicht en de rest van de flauwekul die de hele geschiedenis van de mens door de dwazen en de hele- en halvegaren de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Nou, dat heb ik niet. Ik hou ook van al die onzinnige fantasie. Ik vind het heerlijk de koude rillingen te voelen en te huiveren als er gezinspeeld wordt op de dingen uit de andere wereld en al die angstaanjagende zaken. Inconsequent? Hemel, nee. Als ik fantasie in toneel en verhalen afwees omdat ik ze in het werkelijke leven afwijs, zou ik literatuur, drama en werkelijkheid door elkaar halen en me aan inconsequentie schuldig maken en daar voel ik niets voor. Moet men weigeren een verslag over het naar boven fietsen op de Mont Ventoux te lezen omdat men elke poging die onderneming die Tom Simpson fataal werd zelf te wagen, zou weigeren? Het is toch heerlijk om voor eventjes die angstaanjagende wereld van de fantasie binnen te gaan en uit de tweede hand dat soort leven te leiden waarin de regels niet meer gelden, waar logica geen wapen is en rationaliteit geen schild. Zolang het maar niet de échte wereld is en zolang je WEET dat het niet de échte wereld is maar de uitdagend-wettenloze wereld van de fantasie. Vrije val. _______ De familie, of de bende zoals mijn vader ze zo graag noemde, heeft altijd een heel speciale band gehad met de dood. Zo had mijn vader de onhebbelijke gewoonte om altijd een parkerbalpen zonder vulling naast z'n soepbord te leggen om een noodtracheotomie te kunnen uitvoeren mocht één van ons zich fataal verslikken in de zondagse paardenbiefstuk-met-frietjes feestdis.Dit ritueel hield hij consequent aan sedert het verjaardagsfeestje voor mijn vijf jaar oude broer Danny. Die verslikte zich toen zo erg in een groot stuk verse ananas dat hij blauw uitsloeg. De hele familie sprong in paniek en afgrijzen, maar hulpeloos als onthoofde kippen, recht. Maar niet BarteM. Met militaire precisie plofte hij zijn balpen in de keel van Danny. Het bloed spatte. Danny ademde. Moeder viel flauw. Bartem bleef koel. "Truukje uit mijn overlevingscursus !". Danny hield er een pracht van een stervormig litteken en een ietwat hese stem aan over. Wij meisjes waren er dol op. Het had wel voor gevolg dat wij vanaf dat moment constant onderricht werden in overlevingsmethodes. Met de accuraatheid van een junkie in verslavingsnood op zoek naar de goede ader kan ik nu nog de ideale plek voor een tracheotomie, verzonken tussen de samenvloeiing van m'n sleutelbeenderen, aanwijzen. Toch was BarteM niet altijd even geslaagd als onheilsvoorspeller. Ik vrees zelfs dat indien hij ooit had geweten wat er van zijn kroost zou terechtkomen, hij ons veel liever zou verzopen hebben als een nest ongewilde katjes. Mijn vader was een zakkenwasser. Maar dan wel een zeer succesvol zakkenwasser die na zijn studies tropische ziekten eerst vertegenwoordiger werd in kunstheup-, -knie- en andere gewrichten en verlengstukken en daarna eerder toevallig de leiding kreeg toevertrouwd van de plaatselijke FN-munitiefabriek FN DE GAND. Dankzij de vele door de regering geplaatste "illegale" superkanonbestellingen die bestemd waren voor het Irak van Saddam Houssein VD2GO², was zijn fortuin in een mum van tijd gemaakt. ²VD2GO = voor de Tweede Golfoorlog. I'm a Persian Gulfer too, you know. Elke zondagnamiddag nam Bartem de kinderen mee naar de Quick drive-in. In die jaren heb ik in m'n kinderlijke onschuld immense kwantiteiten cheeseburgers en chickendips verzwolgen.In de namiddag stopten we steevast op de schietstand waar de laatste nieuwe grondlanceerders en grondlucht raketten werden getest. Bij die gelegenheden had BarteM het voortdurend over Electronic Support Measures, Electronic Counter Measures en Electronic Counter - Counter Measures. We snapten er geen bal van, maar je moet toegeven dat het goed klonk. Onze van softijs druipende vingers aflikkend keken we bewonderend en trots naar onze pa die woest gesticulerend z'n ingenieurs, technici, grondpersoneel, explosies en schokgolven als een orkestleider in de juiste kadans dirigeerde. Tenminste tot die fatale zondagnamiddag, toen hij liefkozend z'n hand op de terugglijder van een rijdend scudplatform liet rusten dat zich plots ratelend op gang trok. Z'n witgouden zegelring bleef haperen aan de terugslagpal en hij werd woest meer dan twintig meter meegesleurd door de knarsende rupsbanden. Met een verbrijzeld bekken en een uit de kom gescheurde ringvinger werd hij in allerijl afgevoerd. Definitief zoals later zou blijken. Ja, zo'n afgerukt bloederig vingerkootstompje kan je zuur opbreken. Alweer een trauma uit de kindertijd. Ik weigerde dan ook beleefd maar beslist een trouwring te dragen. Carlos werd er witheet van. Schreeuwde zoals gewoonlijk dat ik een niet te bevredigen ondankbare koe was en sleurde me dan de slaapkamer in op zoek naar de zoveelste desillusie. Enfin, dat deed hij tot hij me definitief halfnaakt de straat opschopte. Eigen schuld, dikke bult. Al is het hier voor de argeloze lezer nog niet écht duidelijk hoe die bult moet geïnterpreteerd worden. Was het misschien de Amerikaanse tent vooraan in Erics broek ? Maybe, ... come and see next week. Toen BarteM thuis werd afgeleverd was hij écht malende. Hij had de dood iets te diep in het wit van de ogen gekeken, vermoed ik. Drievierden van het spaargeld werd in de kortste tijd verkwanseld aan zogenaamde overlevingsprojecten. BarteM was er immers heilig van overtuigd geraakt dat wereldoorlog drie nakende was. Ik kan je verzekeren: de bomkelder sloeg in, al was het maar als eerste van een hele reeks nagels in de doodskist van m'n moeder. Voor ons kinderen echter was de bomkelder je van het! Ik inviteerde er m'n vriendinnetjes om mamaatje en papaatje te spelen. We filosofeerden er over de ethische kwestie of we al dan niet onze stokoude buurvrouw madam Blanche Lavent zouden toelaten in ons schuiloord indien de bom écht zou vallen en onze moderne beschaving zou herschapen worden in een verzengende vuurpoel. Of zouden we niet beter de gepantserde deur vlak voor haar afstotelijk gezicht dichtgooien, zoals zij altijd deed wanneer we kwamen aanzetten met de zoveelste lotjes van de zoveelste bouwtombola ten voordele van de verkrotte schoolgebouwen van ons duurzaam lokaal onderwijsinstituut. Nog later maakten we er gedurfde afspraakjes met de buurtjongens en speelden we er 'De natte droom'. Nee hoor, dat heeft niets te maken met wat jij er als lezer van zou maken in je perverse geest. Oké, oké, als je er op staat. Het was een liefdesspelletje. Het uitverkoren koppeltje, waarvan ik sowieso de helft uitmaakte, sloot zichzelf gedurende drie minuten op in het achteringelegen chemische zelfreinigende toilet en terwijl de anderen buiten luidop telden en mijn naam scandeerden, vernielde mijn tandbeugel de ene onschuldige jongenslip na de andere. Ja, de prille liefde kan mooi zijn en bloederig. Uiteindelijk werd de bomkelder de tempel waar ik mijn inleidende liefdeslessen ontving. Ik brak er het hart van Jootje Neesens, de voorstopper van FC Esmoreit en 'Mister Schune Bienen' van het gelijknamige jeugdhuis door me te laten pakken door Ruben Dejonckman, "d'Artagnan", voor de vrienden en de andere tooghangers.Maar deze, nou ja, heren komen later nog uitgebreid ter sprake zodat u zich daar voorlopig geen zorgen hoeft over te maken. De doodsgedachte kreeg m'n ouders steeds meer in de ban. BarteM was bezeten. Hij zag de dood als een geduldig wachtende slang die plots een onschuldige fataal kon treffen. Dat zou hem niet overkomen. Hij nam alle mogelijke voorzorgsmaatregelen. De bomkelder werd dan ook stilaan nokvol gevuld met overlevingsmiddelen. Moeder daarentegen was gelatener. Ook zij wou er klaar voor zijn. De uitdaging lag volgens haar ergens anders. De dood voor haar was een soort duivelse minnaar met wie je 'het' maar één keer kon doen. De truuk zat hem er dus in om zeker samen klaar te komen. Verder verzamelde ze, steeds meer, herinneringen aan diegenen die haar waren voorgegaan. Doodsprentjes, vergeelde foto's en andere dierbare relicten bedolven elke kast, elke tafel. Tot vervelens toe stond ze er bovendien op ons de bijbehorende verhalen te vertellen. Over Frans Verbeeren bijvoorbeeld, onze buurjongen, die hopeloos verliefd was geworden op zijn nichtje Inge Blondeel en die haar tenslotte als afgewezen minnaar neerkogelde in het centrum van Gent om daarna resoluut de hand aan zichzelf te slaan door zich ter plekke een punt 22 door het hoofd te jagen. Het schijnt geen fris gezicht te zijn geweest want m'n moeder besloot het relaas altijd met "en het bloed droop van Klokke Roeland".